Dwalen tussen dijken en dotterbloemen in de Landschapstuin
Je moet het maar net weten te vinden. Verscholen in het Westerpark, vlak bij Zoetermeer, ligt een stukje natuur dat best wat meer aandacht verdient: de Natuur- en Landschappentuin. Voor een eerdere reportage bracht ik al een vluchtig bezoek aan deze plek. Genoeg om mijn nieuwsgierigheid te prikkelen, maar te kort om echt te blijven hangen. Op een zonnige voorjaarsdag besloot ik daarom terug te gaan, dit keer met alle tijd.

Vroegere sferen
Voordat hier woonwijken en bedrijvigheid verschenen, zag het landschap er totaal anders uit. Dit gebied bestond uit een lappendeken van polders, dijken, grienden en weilanden. Tot in de jaren zestig werd het voornamelijk gebruikt voor veehouderij, akkerbouw en een bescheiden hoeveelheid tuinbouw. In de landschappentuin zijn deze oorspronkelijke structuren in het klein opnieuw opgebouwd. Het is geen exacte reconstructie, maar eerder een zorgvuldig samengestelde interpretatie van hoe het landschap hier ooit functioneerde. Daarbij draait het niet alleen om het zichtbare landschap, maar juist ook om de natuur die daarin een plek krijgt.

Bezoekerscentrum ’t Westpunt
Om bij de tuin te komen maak ik eerst een korte wandeling door het Westerpark. Het is een rustige aanloop, een soort overgangsgebied tussen stad en natuur. Waar ooit een bezoekerscentrum stond bij de ingang van de tuin, is het nu opvallend leeg. Op een oudejaarsdag een paar jaar geleden ging het gebouw volledig in vlammen op. Inmiddels wordt er hard gewerkt aan een nieuw centrum. Achter de hekken zijn de eerste contouren al zichtbaar.

Ophaalbrug
De entree via een ophaalbrug geeft het geheel meteen een ander karakter. Het voelt bijna alsof je een afgesloten wereld binnenstapt. Voor me ligt het terrein licht glooiend naar beneden. Het gras staat vol met gele dotterbloemen en lila pinksterbloemen. Een smal pad slingerd door het gras naar beneden. Daar kan het wat drassiger zijn, dus wie droge voeten wil houden kiest beter voor het hogere pad. Toch is juist dat natte randje onderdeel van de charme. Hoewel er een vaste wandelroute is uitgezet, voelt de tuin niet dwingend. Het is een plek waar je zonder moeite van het pad afwijkt en je eigen route volgt.


Verschillende landschappen
Ik wandel langs de dijk en kom uit bij bosranden en een veenlandschap dat er zompig en ongerept uitziet. De paden zelf zijn goed begaanbaar, maar het omliggende terrein oogt nat en levendig. Kleine beekjes en watertjes kronkelen door het gebied. Door subtiele hoogteverschillen ontstaan hier en daar snelstromende stukjes water. Het zijn ideale omstandigheden voor insecten, die hier duidelijk hun plek hebben gevonden. Verspreid over het terrein staan bankjes, soms verscholen, soms juist open opgesteld. Het geluid van kabbelend water en ritselend gras maakt het gemakkelijk om hier langer te blijven hangen dan gepland.



Boerenerf
Even verderop stuit ik op een ruïne van wat lijkt op een oude boerderij. Het is geen authentiek overblijfsel, maar bewust zo gebouwd dat het dienst kan doen als schuilplek voor dieren, zoals vleermuizen. Het effect is overtuigend. Zonder moeite stel je je voor hoe het landschap er vroeger uitgezien moet hebben. In een nabijgelegen boomgaard staan de eerste fruitbomen in bloei. De bloesem hangt zwaar aan de takken en trekt bijen en hommels in grote aantallen aan. Op een muurtje ligt een beschilderd steentje. Zo’n vondst waar je even bij stilstaat. Je mag het meenemen of ergens anders weer achterlaten, voor de volgende vinder.


Natte voeten
Wanneer het bladerdak zich opent, sta ik plots aan de rand van een griend. Een vlonderpad voert over het natte terrein, op palen net hoog genoeg om droge voeten te houden. Doordat het pad op hoogte ligt, bevind je je bijna op gelijke hoogte met de geknotte wilgen. Dat geeft een bijzonder perspectief op het landschap. De wilgentakken werden vroeger gebruikt voor allerlei toepassingen, van manden en fuiken tot beschoeiingen langs waterkanten. Het zijn details die de tuin niet alleen visueel interessant maken, maar ook een verhaal vertellen.

Waterhuishouding
Het pad leidt me verder naar twee watermolens. Werkende molens die daadwerkelijk helpen om het waterpeil in de tuin te reguleren. Net als vroeger, toen molens essentieel waren om polders droog te houden. Het geeft een extra laag aan het geheel, alsof verleden en heden hier zonder moeite in elkaar overlopen. Ik vervolg mijn route over een lange dijk. Aan de ene kant strekt een open polderlandschap zich uit, aan de andere kant schiet het riet al omhoog. Het vormt een natuurlijke schuilplek voor watervogels, die zich hier grotendeels aan het zicht onttrekken. Mijn rondje is bijna compleet, maar ik neem nog een omweg langs het insectenhotel en het bijbehorende veldje. Nu is het er nog rustig, maar het is makkelijk voor te stellen hoe het hier straks gonst van activiteit.

Rustmomentje
Hoewel er meer bezoekers in de tuin zijn, kom ik ze nauwelijks tegen. De paden zijn zo aangelegd dat je elkaar zelden kruist. Alleen in de verte zie ik een fanatiek stel, duidelijk op zoek naar het perfecte plaatje. In camouflagekleding bewegen ze langzaam door de bermen, camera’s in de aanslag. Wanneer een vlinder met oranje tipjes opduikt, wordt er geconcentreerd geklikt. Dat zijn van die momenten waarop je weet dat iemand straks tevreden naar huis gaat.



Diner in een monumentale boerderij
Het is kwart voor vijf als ik, met lichte tegenzin, de tuin verlaat. Van wandelen krijg je trek en dat komt goed uit, want mijn volgende stop ligt al klaar: Brasserie 1640. De naam verwijst naar het bouwjaar van de boerderij, die hier al bijna vier eeuwen staat. In 1968 kreeg het pand de status van rijksmonument en in 2020 opende de brasserie haar deuren.
De ligging is meteen duidelijk een pluspunt. Aan de rand van het Westerpark vormt het een logische combinatie met een wandeling of fietstocht. Aan de voorzijde ligt een ruim terras met uitzicht op een weiland waar schapen grazen, met daarachter het groen van het park. Dicht bij de stad, maar toch midden in het landschap. Ik loop over de oprit naar de ingang aan de zijkant. Zelfs aan fietsers is gedacht, met een discreet geplaatste fietsenstalling achter een groepje struiken.


Aan alle details is gedacht
Binnen is het even schakelen van het buitenlicht naar de warme schemering. Zachte muziek vult de ruimte. Het interieur valt direct op. Diepwarm oranje worden afgewisseld met koele blauwtinten, zonder dat het onrustig wordt. Alles lijkt bewust gekozen zonder overdreven te zijn.
De menukaart sluit daar goed op aan. Geen eindeloze keuzes, maar een overzichtelijk aanbod waarin combinaties mogelijk zijn zonder dat het ingewikkeld wordt. Ik kies voor lamsvlees op een bedje van aubergine, met ras el hanout dat het gerecht een licht oosters accent geeft. Als voorgerecht is er knapperig brood met een royale hoeveelheid knoflookboter, zo’n detail dat simpel blijft maar precies goed is. Afsluiten doe ik met tiramisu.



Daarmee komt er voor mij een einde aan deze fijne middag. Vanaf de brasserie loop je zo naar de tramhalte, wat het geheel onverwacht praktisch maakt.
En eerlijk, was jij al bekend met dit stukje van Regiopark Buytenhout? Of begint het inmiddels te kriebelen om de Natuur- en Landschappentuin zelf eens te verkennen? Op de website vind je nog meer achtergrond en praktische informatie. Eens per maand wordt er een rondleiding georganiseerd onder begeleiding van een gids. Grote kans dat ik nog eens aansluit. Misschien kruisen onze paden zich daar!
Tips en bereikbaarheid:
- Het Westerpark ligt dichtbij Zoetermeer, er zijn diverse ingangen.
- De Natuur en Landschappentuin ligt centraal in het park, meer info en rondleidingen vind je op de site.
- Een tafeltje bij Brasserie 1640 boek je via hun site, of ga op de bonnefooi langs!