Ondernemer in de spotlight: Wildopvang Haaglanden
Aan de rand van Buytenhout, verstopt in het groen, vind je een laag gebouw met een vriendelijk blauw geverfde deur. Je moet het maar net weten te vinden. Hier is de Wildopvang Haaglanden gevestigd. Onze reporter ging op bezoek bij eigenaresse Geertje, die haar alles vertelde over het wel en wee van het runnen van een wildopvang. Natuurlijk mocht ze ook een kijkje nemen bij de kleine babybever die in hun opvang zit en keek ze toe bij het voeren van de haasjes.
Kan je iets vertellen over deze wildopvang, Geertje?
Deze wildopvang is er sinds 1 april 2023. We hebben de locatie overgenomen; de vorige eigenaren namen voornamelijk vogels op. Wij richten ons vooral op de zoogdieren: knaagdieren zoals hazen en konijnen, en egels. Heel veel egels.
Ik heb al 29 jaar ‘’t Knagertje’. Daar vingen we al wilde hazen en konijnen op. Wat erbij is gekomen, zijn de egels. Het eerste jaar was geen volledig jaar, maar we hebben toch tussen de 600 en 700 dieren opgenomen. Dan heb ik het over alles tussen de muis en de bever, zogezegd. Ieder jaar wordt het drukker. We krijgen steeds meer bekendheid in de omgeving.

Welke dieren komen het meest binnen?
Egels staan met stip op nummer 1. Normaal gesproken zijn in het voorjaar en najaar de wilde hazen en konijnen aan de beurt. Dit jaar liep dat wat meer door. De baby-egels kwamen dit jaar al in augustus binnen; vorig jaar was dat in september en oktober. Waarschijnlijk ligt dat aan het weer: vroeg warm, en het blijft warm. Ze zouden nu eigenlijk al langzaam richting de winterslaap moeten gaan.
Hoe ziet een gemiddelde dag er voor je uit?
Ik begin de dag om negen uur. Als eerste zijn de buitenrennen aan de beurt. De bever krijgt eten, net als de kippen van Red de Legkip. Daarna krijgen de babyhaasjes en konijnen drinken. Vervolgens doe ik mijn ronde langs de egels. Daar ben je de hele ochtend zoet mee.Tegen de middag moeten de dieren die drie keer per dag eten krijgen weer gevoerd worden. Tussendoor krijgen de volwassen hazen en konijnen groenvoer: groente en kruiden zoals andijvie, witlof, rucola, weegbree en paardebloem.
Wat gebeurt er precies als er een dier binnenkomt?
Stel, jij komt binnen met een dier. Dan vraag ik je naam, je gegevens en waar je het dier hebt gevonden. En waarom je het hebt meegenomen, dat is heel belangrijk, want het merendeel van de dieren wordt meegenomen zonder dat dat nodig is. “Hij loopt mank,” bijvoorbeeld, maar dat kan ook tijdelijk zijn. Dan onderzoek ik het dier. Ik vertel ondertussen wat we gaan doen en waar het egeltje bij ons terechtkomt.
Als jij weggaat, maak ik een hokje klaar en onderzoek ik de egel verder: of hij vlooien of teken heeft, bijvoorbeeld. Oppervlakkige wonden verzorgen we zelf, die kunnen we inzalven en verbinden. Is het een diepere wond, dan schakelen we onze dierenarts in. We hebben iemand speciaal voor de egels die we kunnen bellen. Zij neemt het dier dan op en hecht het eventueel. Ze kan heel veel, echt verbazingwekkend. Zodra ze denkt: “nu kunnen jullie het weer doen”, komt het egeltje terug. Na zoveel jaar krijg je vanzelf ervaring met het verzorgen van verwondingen.
Er klinkt een geluid bij de deur van de kantine. Nikita, de hond, opent zelf de deur en wandelt naar binnen. Er zit niet voor niets een grote knip op de buitendeur, lacht Geertje. “We werken steeds vaker samen met natuurorganisaties. Steeds meer mensen weten ons te vinden, en wij hen. Ook om dieren weer uit te zetten. Je kunt ze niet allemaal hier in de buurt vrijlaten.”

Hoelang blijven de meeste dieren bij jullie in de opvang?
Dat hangt heel erg af van het seizoen waarin een dier binnenkomt. Hazen moeten tussen de 300 en 450 gram wegen en zelfstandig kunnen eten; dan kunnen ze weer weg. Een egel die in de herfst binnenkomt en niet op gewicht is voor de winterslaap, moet bij ons overwinteren tot het voorjaar. Als het dan een slecht voorjaar is, kan dat lang duren. Een muis die zwaargewond is, kan ook lang blijven. Vleermuizen moeten eerst oefenen met vliegen in onze tent; dan kunnen we zien of ze goed kunnen vliegen. En het moet droog zijn als we ze uitzetten.
Geertje laat me een filmpje zien van een vos die vrijgelaten wordt. Het roodbruine dier springt metershoog door het gras, zijn vrijheid tegemoet. Geertje’s stem wordt zachter. “Mooi hè? Dit is de mooiste kant van ons werk. Daar doe je het voor. Het moeilijkste zijn de dieren die je verliest. Ondanks dat ik al 29 jaar met dieren werk, blijft dat slikken. Ik had onlangs een baby-eekhoorntje, en ik wist dat hij het niet ging redden. En toch probeer je alles. Uiteindelijk overleed hij in mijn handen. Dat doet me nog steeds veel. Ik weet ook: als het me niets meer zou doen, is het tijd om te stoppen met dit werk.”
Je hebt vast weinig vrije tijd.
Klopt. We zijn 24 uur per dag bereikbaar. We hebben een speciaal noodnummer dat mensen dag en nacht kunnen bellen. Grote dieren gaan we dan zelf ophalen.
Welke dieren zijn het lastigst om uit te zetten?
De marterachtigen vind ik persoonlijk het lastigst. Die achtervolgen je en willen bijten als je ze vrijlaat. We staan dan met handdoeken klaar, zodat ze niet onze kant op rennen. Het invangen van vossen uit de buitenren is ook een uitdaging. Daar hebben we een speciaal iemand voor.
Wat was het meest bijzondere dier dat je hebt opgevangen?
Mijn eerste bever was misschien wel het meest bijzondere dier dat ik heb opgevangen. De babybever die we nu hebben is de derde, waarschijnlijk verwond door honden. We moeten hem aaien, anders eet hij niet. Het duurt ongeveer twee jaar voordat we hem kunnen uitzetten. We weten niet of het een hij of zij is, dat kunnen we niet zien. Ieder dier krijgt bij ons een naam. De bever heet Paddington.

Zijn er momenten die je zijn bijgebleven?
Sommige dieren vergeet je nooit, daar krijg je een band mee. Je weet dat je ze uiteindelijk moet laten gaan, maar dat blijft moeilijk. Met de bever die we nu hebben heb ik ook een band. Dat wordt straks echt even slikken. Maar ik weet dat het dier gelukkiger wordt in het wild.
We hadden ooit een egel die niet kon lopen. We hebben hem zelf fysiotherapie gegeven, en langzaam kon hij weer lopen. Op het grasveldje achter oefenden we met hem. En we hadden een haas die levensgevaarlijk was, die moesten we met dikke handschoenen vastpakken. Toen we hem vrijlieten, waren wij opgelucht. Hij keek ons nog even aan op een manier van: “als ik jullie nog één keer tegenkom…” Dat zijn de momenten die je bijblijven.
Tussendoor gaat de telefoon. Een omwoner heeft een egeltje gevonden in haar tuin en wil het graag langsbrengen. “Geen probleem,” zegt Geertje, terwijl ze een routebeschrijving door de telefoon geeft. “Soms kun je een dier ook wat verderop neerzetten. Deze egel is door de hond besnuffeld, dus ik wil het wel even nakijken. Plaats het dier in een doosje en leg er iets overheen, dan voelt het zich veiliger. Als het koud aanvoelt, mag je het iets warmer zetten. Zodra het dier hier is, nemen wij de zorg over.”
“Wandelaars bellen ons ook regelmatig dat ze een dier zien liggen. Voor nu is het rustig, maar meestal komt de dierenambulance langs en staat de telefoon roodgloeiend.”

Jullie werken volledig met vrijwilligers?
Ja, we hebben zo’n acht vrijwilligers op deze locatie. Dat is veel te weinig. We hebben eigenlijk twee à drie mensen per dagdeel nodig, dus vier per dag. Om rust te bewaren voor de dieren zijn we niet openbaar toegankelijk voor bezoekers. Wel geven we educatie op scholen, en soms komt er een klas kijken wat we precies doen.
Wat zijn de grootste uitdagingen waar jullie voor staan?
Financiën en vrijwilligers. We werken hier volledig met vrijwilligers en krijgen een beetje subsidie, maar dat is niet genoeg om de kosten te dekken. We hebben veel eten nodig, en van goede kwaliteit. De dieren zijn vaak verzwakt, dus goed voer is essentieel om ze aan te laten sterken. Onze donateurs zijn daarom ontzettend belangrijk.
Zijn er plannen of wensen voor de toekomst?
Ik zou graag aan de slootkant bij de buitenhokken tuintjes laten maken, waar dieren langer kunnen blijven. We hebben nu een moeder-egel met baby’s die het voor de winter niet redden om sterk genoeg te zijn. Zij zou met haar kleintjes in zo’n buitentuin kunnen overwinteren. Mijn persoonlijke wens is om een plek te maken voor dieren die handtam zijn geworden, waar ze weer kunnen verwilderen. Daar wil ik ook iets educatiefs aan koppelen, om te laten zien wat er gebeurt als je wilde dieren tam maakt.
Hoe kunnen lezers bijdragen?
Op onze site staat een donatieknop, en mensen kunnen ook ons rekeningnummer opvragen om te doneren. Handdoeken en theedoeken zijn altijd welkom! Breng ze gerust langs als je er over hebt, hier komen ze goed van pas! En wie wil, kan vrijwilliger worden. Niet alleen bij de dieren, maar ook in de marketing kunnen we hulp gebruiken om meer zichtbaarheid te krijgen. Daarmee kunnen we weer nieuwe donateurs aantrekken.
Na het gesprek neemt Geertje me mee op een ronde langs de dierenverblijven. Paddington de bever is wakker, krijgt een paar aaien over zijn zachte vacht en een appeltje toegeschoven. De bel gaat: het verdwaalde egeltje wordt binnengebracht. Vakkundig neemt Geertje de egel over en controleert het op verwondingen. Gelukkig is er niets te zien, dus het dier mag even tot rust komen in een mand met kranten. Dan is het tijd om de haasjes te voeren. Eén voor één worden ze gewogen en krijgen ze hun fles melk. Alles wordt nauwkeurig bijgehouden, zodat het proces van elk dier goed te volgen is. Als het eenmaal tijd is om te gaan, is het bijna lastig om al die pluizige dieren achter te laten. Eén ding is me wel duidelijk: bij Geertje zijn ze in goede handen.

Meer informatie over Wildvang Haaglanden, waar je ze kunt vinden en hoe jij kunt bijdragen lees je op hun website.