Struinen op hoogte in het Buytenpark
Net buiten Zoetermeer ligt een park dat nét even anders is dan je zou verwachten in zo’n stedelijke omgeving. Geen strak ontworpen lanen met keurige bankjes en bordjes over het nut van bomen. Nee, het Buytenpark is rauw, heuvelachtig en heerlijk ongepolijst. Je loopt hier over slingerende, onverharde paden die omhoog en omlaag kronkelen. Alsof je even niet in de Randstad bent, maar in een soort miniatuurversie van de Schotse Highlands.
Die heuvels zijn trouwens geen natuurwonder, maar mensenwerk met een bijzonder verhaal. In de jaren tachtig werd er puin uit Den Haag gedumpt naast een begraafplaats. Niet direct een inspirerend begin voor een natuurwandeling, zou je zeggen. Maar de gemeente besloot de berg brokstukken om te vormen tot glooiend landschap, gooide er een dikke laag aarde overheen, en voilà: een park waar je letterlijk over de geschiedenis van de regio wandelt.

Van tramhalte naar buitengevoel
Het is nog vroeg als ik uit de tram stap bij halte Voorweg Laag. Vanaf hier is het nog geen kwartier lopen naar het Buytenpark. Een verademing na de OV-drukte tussen Rotterdam en Den Haag. Geen gehaaste mensen met AirPods in en koffiebekers die groter zijn dan hun tassen. Hier is het stil. Ruimte. Lucht.
Het Buytenpark is groot – zo’n 100 hectare. Denk: 100 voetbalvelden, maar dan met minder geschreeuw en meer grazende dieren. Een deel van het park bestaat uit sportvelden, een begraafplaats en weidegrond. Maar het grootste stuk is begrazingsgebied. Hier houden gallowayrunderen, Schotse hooglanders en Drentse heideschapen de boel netjes open. Je weet dat je goed zit als je je wandeling begint met het oversteken van een wildrooster.

Schotse blokkade
Ik hoopte al dat ik dieren zou tegenkomen om te fotograferen, maar had niet verwacht dat ik direct bij de eerste afslag al geblokkeerd zou worden door een groepje Schotse hooglanders. Die zijn hier nog maar kort aan het werk – of vakantie, het is maar net hoe je het bekijkt. Ze zijn dol op braamstruiken, iets waar hun kleinere galloway-collega’s niet zoveel trek in hebben. Ik besluit een alternatieve route te nemen. Gelukkig is dat hier makkelijk: de paden slingeren alle kanten op, je kunt gewoon een andere heuvel op hobbelen en komt altijd weer ergens uit.



Strijkijzer op palen
Halverwege het park torent SnowWorld boven alles uit. Je kunt het onmogelijk missen. Het gebouw ligt als een reusachtig strijkijzer op een stalen constructie in het landschap. Dat komt doordat er onder de skibaan nog steeds dat Haagse puin ligt – niet ideaal voor heipalen. Dus werd SnowWorld gebouwd als een soort stalen balanskunstwerk. Ingenieus én licht bizar, maar het werkt.
Ik loop richting de voet van de piste. Het struikgewas wijkt uiteen en ineens zie ik een trap die omhoog leidt naar een uitkijkpunt. Helaas is halverwege de trap afgesloten. Jammer, maar ook vanaf hier heb je een weids uitzicht over het park. En eerlijk is eerlijk: het voelt totaal niet alsof ik me in een van de drukst bevolkte regio’s van Nederland bevind.


De Highlands van Zoetermeer
Ik kies geen vaste route, maar hou SnowWorld links van me. Zo maak ik vanzelf een mooie ronde. Het landschap blijft glooiend, met links en rechts uitkijkpunten en bosjes die zo uit een schilderij van Ruysdael hadden kunnen komen. Er is zelfs een officiële uitkijkheuvel met borden die uitleggen wat je aan de horizon ziet. En jawel, daar zijn de torens van Den Haag! Zo dichtbij en toch zo ver weg qua sfeer.
Het is mei, de natuur barst uit haar voegen. Vlierstruiken tonen hun witte bloemtrossen, wilde rozen bloeien uitbundig en hommels en bijen hebben duidelijk een drukke ochtenddienst. In het hoge gras zie ik zelfs een clubje damastbloemen staan. Heerlijk kneuterig, maar ik word er oprecht blij van.



Fazant op sokken
Bij een smal zandpad steekt ineens een fazant over – een mannetje, kleurrijk en arrogant zoals het een fazant betaamt. Hij probeert onopgemerkt te blijven, wat mislukt. Niet dat hij zich daar iets van aantrekt.
Langzaam kom ik aan de oostkant van het park. Het blijft heuvelachtig, maar het struikgewas zorgt hier voor meer beschutting. Ik loop nog altijd meters boven de omgeving. Beneden liggen wat plassen en meertjes waar het een drukte van belang is. Zwanen, ganzen, meerkoeten – allemaal hebben ze het druk met roepen, poetsen of ruzie maken.
Langs de sloot zie ik bloeiende gele lissen en tussen het riet scharrelen meer vogels dan ik kan tellen. De Drentse heideschapen liggen in de schaduw bij hun onderkomen te herkauwen alsof ze het allemaal wel best vinden zo.


Bonusrunderen
Ik loop door een bebost stukje als ik geritsel hoor. En jawel, daar zijn ze weer: runderen op mijn pad. Dit keer galloways – kleiner dan de hooglanders, maar nog steeds geen dieren waar je even nonchalant langs slentert. Ik neem een omtrekkende beweging. Eén van de dieren blijkt een kalfje te zijn, gitzwart en met een nieuwsgierige blik in de ogen. Het stuitert door het gras alsof het net ontdekt heeft dat poten ook kunnen rennen. Prachtig.


Appeltaart als beloning
Na een paar uur buitenlucht begint mijn maag te knorren. Gelukkig had ik het slim gepland: mijn wandelronde eindigt bij restaurant Hoeve Kromwijk. Deze monumentale boerderij uit 1871 ging tijdens een nieuwjaarsnacht eind jaren negentig bijna helemaal in vlammen op. Vijf jaar restaureren later opende hier een restaurant dat de charme van toen heeft behouden.
Binnen zie ik oude stalramen en een plafond vol houten balken, maar het is te mooi weer om binnen te blijven. Ik neem plaats op het terras en bestel een broodje carpaccio met appeltaart toe. En koffie natuurlijk. Het is allemaal zó snel op dat ik mezelf betrap op het aflikken van mijn vingers. Tsja, wandelen maakt hongerig.


Tips en bereikbaarheid:
- Het Buytenpark is goed bereikbaar met het OV, vanaf tramhalte Voorweg Laag wandel je in een kwartiertje het park in.
- Parkeren kan op de ruime parkeerplaats aan de Buytenparklaan, net na het tuincentrum.
- Voor koffie, lunch of diner kan je terecht bij Hoeve Kromwijk.